Bandenspanning controleren

Bandenspanning

Bandenspanning
De bandenspanning controleren. Hoe vaak doe jij dat? Het is belangrijk om de dit met enige regelmaat te controleren. Het is een kleine moeite, maar ook een hele belangrijke. De bandenspanning controleren is niet alleen goed voor je portemonnee, maar ook voor je eigen veiligheid!

Te zacht
Dit noemen ze ook wel “onderspanning”.  De band slijt dan sneller aan de buiten- en de binnenkant van de band. Naast dat je sneller nieuwe banden moet komen, verbruik je meer brandstof en de kans op een klapband is groter. Maar wist je dat te zachte banden ook een langere remweg nodig hebben?

Te hard
Dit noemen ze ook wel “overspanning”.  De band slijt dan sneller op het middelste gedeelte van de band. Ook nu zal je sneller nieuwe moeten kopen en is de kans op een klapband wederom weer groter. Daarnaast heb je slechter contact met de weg en neemt het rijcomfort aanzienlijk af.

Bandenspanning

Aantal bar
Voordat je de banden oppompt, moet je altijd weten hoe hard te moeten zijn. Dit geven we aan in het aantal bar wat in de band moet. Het aantal bar mag dus niet teveel en niet te weinig zijn.

De correcte bandenspanning staat soms met een sticker aangeduid in het portier van de bestuurder of in de tankklep. Uiteraard vind je dit ook terug in het onderhoudsboekje. Als je op winterbanden rijd kan je het advies krijgen om 0,2 bar bij je adviesspanning op te bellen. Heb je een afwijkende bandenmaat kan het zijn dat er een andere adviesspanning nodig is.

Makkelijk
Bij de meeste tankstations staat er een speciaal apparaat. Hierop typ je in wat het aantal bar moet zijn en vervolgens ga je de band oppompen. Het apparaat meet de spanning en blijft lucht geven totdat deze merkt dat de band op de juiste spanning is.